Column: Heimwee

Soms heb ik last van een vorm van heimwee. Iets waar veel van de Fortunezen uit mijn generatie vast en zeker ook last van hebben. Heimwee naar periodes waar ik slechts verhalen over gehoord heb. De successen van de jaren ’80, Fortuna’s comeback op het hoogste niveau in de jaren ’90, de bekerfinale van ’99: allemaal gebeurtenissen die ik met mijn 21 jaren niet bewust heb meegemaakt.

Als telg uit een familie met Fortuna-supporters heb ik de vertelsels allemaal horen langskomen. De sfeer tegen Everton, de ziel van De Baandert, de escapades van John Linford. Ze staan allemaal op mijn netvlies gebrand, terwijl ik er nooit bij geweest ben. Laat staan dat ik ooit voet gezet heb in De Baandert.

Het voelt echter alsof ik ze aan den lijve heb meegemaakt. Alsof ik Frans Körver langs de lijn zag tieren, dokter Thei Jessen een speler zag behandelen en Bert van Marwijk uit de bus zag stappen toen Fortuna na de halve finale in de Amstel Cup terugkeerde uit Eindhoven. Emotioneel werd ik er soms zelfs van, terwijl het grootste feest dat ik tot het afgelopen seizoen meegemaakt heb een feestje in de gracht was omdat Fortuna eindelijk eens de play-offs om promotie naar de Eredivisie bereikte.

In boeken vol clubhistorie zag ik een toevluchtsoord. Weg van de slechte prestaties, weg van de financiële ellende, weg van misschien wel de realiteit en terug naar tijden waarin Fortuna floreerde. Gevoelens van jaloezie kwamen in me op als ik mijn vader over de wedstrijden van vroeger hoorde praten en tegelijkertijd voelde ik me ongelofelijk trots op mijn opa, die tot zijn laatste adem de club is blijven volgen en er al bij was sinds Sittardia. Clubliefde kent écht geen divisie.

Mijn eerste echte ‘herinnering’ aan Fortuna komt uit 2000, toen ik met mijn 2,5 jaar oud met pap en opa naar de open dag ging. Samen kijken naar de training, met een bang gezicht op de foto met Forsi en frietjes eten bij de Mc Donalds. Glorietijden heb ik dus niet gekend, iets dat nog eens extra onderstreept werd toen ik vorig seizoen tijdens een rondleiding in het stadion in de ‘control room’ van het stadion kwam en een van de vrijwilligers daar ‘Nou doe höbs echt allein mèr ellende mitgemaaktegen me zei.

Met de promotie van afgelopen seizoen schoot mijn hoofd meteen vol hoop. Zou het eindelijk zo zijn dat ik ook gloriedagen zou meemaken? Zou Sittard weer de angstgegner van voetballend Nederland worden? Zouden we weer kans maken op Europese wedstrijden? En zou ik later zelf ook zulke verhalen hebben om te vertellen, zoals mijn vader die nu heeft?

Tegelijkertijd is er echter nog dat beetje realisme in me dat zegt: ‘Veer zeen waal wao het sjeep kommend seizoen sjtrandt, es ver mèr geneite.

 

Bjorn Meijers

Geef een reactie