Mark Van Bommel vs Kevin Hofland: ‘Vader belangrijker dan een spelersmakelaar’

Mark van Bommel en Kevin Hofland zijn geboren voetballers, beiden een achtergrond als Ras-Fortunees en PSV-er. Beiden vertolken de hoofdrol in het komend treffen tussen outsider Fortuna Sittard en kampioen favoriet PSV-Eindhoven. Bijgaande een oud interview uit 2001 tussen beide helden. Alsof de tijd even heeft stil gestaan..

Mark van Bommel: ‘Ik voetbal vanaf het moment dat ik kon lopen. Met mijn vader voetbalde ik op het gras naast het huis. Als hij even het eten wilde laten zakken, zeurde ik totdat hij naar buiten kwam”. Vader John van Bommel: ‘Mark werd nooit moe. Als ik stopte, ging hij huilend naar binnen en zei tegen mijn vrouw: ”Mama, zeg dat papa verder voetbalt.” Dan ging ik maar weer.’  Kevin Hofland: ‘Ik was al met een bal in de weer toen ik twee was. Mijn vader speelde in België, bij Turnhout. Vanaf het moment dat hij terugkeerde naar Limburgia, hing ik de hele dag op het veld rond als hij speelde.’ Vader Huub Hofland: ‘Ik gooide graag een bal op Kevins hoofd. Dan ging hij huilend naar zijn moeder. Later kopte hij de bal gewoon terug.’

 

Talent (h)erkenning
Toch duurde het een tijdje voordat de vaders het talent van hun kinderen onderkenden. Vader Van Bommel had een drankenhandel en zaterdag, wanneer Mark speelde bij Maasbracht, was de drukste dag in de zaak. Pa Hofland ging wél kijken bij Limburgia in Brunssum, maar hij had niet het gevoel dat Kevin een prof in de dop was. Mark van Bommel: ‘Ik scoorde veel en schreef thuis alles op. Wessem – Maasbracht, Stevensweert – Maasbracht. Met uitslag, ruststand en het aantal doelpunten dat ik had gemaakt. In één seizoen maakte ik 128 doelpunten. Ik speelde achterin en liep van daaruit iedereen voorbij.’ John van Bommel: ‘Eén medespeler kon niet voetballen en had nog nooit een doelpunt gemaakt. Toen zei Mark dat hij maar achter hem moest aanlopen. Mark ging vijf, zes spelers voorbij en legde de bal een meter voor de lijn neer, zodat die jongen kon scoren.’  Huub Hofland: ‘Ik zag nooit een echte topper in Kevin. Hij was kleinzerig en Fortuna vertroetelde hem. Jeugdtrainer Walstock vond zelfs dat Kevin ging liggen om aandacht te krijgen. ”Laat hem maar liggen”, zei hij dan. Ik zei wel eens dat hij wel een mietje leek. Op een gegeven moment was het over met die flauwekul.

Kritiek.
Kritiek heeft ze alleen maar gesterkt, weten ze nu. Mark van Bommel: ‘Als jonge jongen hoefde ik geen grote mond te hebben bij Fortuna. Als ik de kleedkamer inkwam zei ik ‘goedemorgen’, en als ik naar huis ging was het ’tot morgen’. Ja, in het veld deed ik mijn mond open, op een goede manier, niet brutaal. Jonge spelers van tegenwoordig zijn mondiger.’  ‘Ik ben een keer huilend naar huis gegaan. In een partij liep ik niet met mijn man mee. Hij scoorde, wij verloren. ”Rot op”, zei ik toen iemand daarover een opmerking maakte. Dát heb ik geweten. Ik ben uitgescholden en vloog van hoekvlag naar hoekvlag. Geen trainer greep in. Dát is het leerproces.’John van Bommel: ‘Mark kwam eens huilend uit de kleedkamer. Hij zei: ”Pap, zoek een andere club voor me, want ik blijf geen dag meer bij Fortuna.” Ik ben ook een keer bij Verbeek op het matje geroepen omdat ik veel commentaar had. Toen liet hij me een A4-tje zien met punten waarin Mark niet goed was. Dat waren juist zijn sterke punten. Mark kon ook niet tegen kritiek volgens Verbeek.’ Tegenwoordig valt juist op dat Van Bommel, en ook Hofland, zeer kritisch zijn op zichzelf.

Kevin Hofland: ‘Voor mijn gevoel speelde ik niet vaak een goede wedstrijd. Altijd gaan er dingen fout en die moeten eruit. Ik kijk hoe Mark met zaken omgaat, want hij is verder dan ik. Hij speelde al in het eerste elftal van Fortuna toen ik veertien was. Ik keek enorm tegen hem op.’ Mark van Bommel: ‘In het topvoetbal kun je niet zacht zijn, want dan haal je het niet. Ja, misschien een jaar. Je moet tegen kritiek kunnen van je medespelers en je trainer. John van Bommel: ‘Vroeger bij Fortuna zat ik te turven: 80, 85 balcontacten, waarvan tien minder goed. Mark vat het soms te gemakkelijk op. Dan gaat het goed en begint hij buitenkantje voet te trappen, of probeert hij een hakballetje. Als dat mislukt zeggen ze dat hij naast zijn schoenen loopt, maar het is de aard van het beestje.’

De rol van de vader.
John van Bommel: ‘In het begin weet je van niets. Wij werkten met Peter Gerards. Toen die weg moest bij de vakbond VVCS, meldden ze zich allemaal. Zelfs Cor Coster is hier geweest. Mark was vijftien en gold als een van de talenten ten zuiden van de rivieren. We zijn bij Rob Jansen geweest, bij Van Seggelen van de VVCS. ‘Toen we terugkwamen zei ik tegen Mark: ”Ik ga dat zelf doen, want dat kan ik beter.” Ik heb een keer of tien met Fortuna rond de tafel gezeten. Ik zei gewoon: ”Dit is het voorstel, u kunt ja of nee zeggen.” Nee was ook goed, want zijn contract liep een jaar later af en dan was hij gratis weggeweest. We sleepten er een mooi contract uit. Drie maanden later is hij verkocht aan PSV en heeft Fortuna 6,5 miljoen aan hem verdiend. Hij was een jaar of tien opgeleid in Sittard, dan hoort zo’n club ook iets terug te krijgen.’ Kevin Hofland: ‘Mijn vader heeft me altijd begeleid. Nu zit hij erbij als adviseur. Als hij zegt: ”Dat willen we”, dan wordt daar niet omheen gedraaid.’

door Willem Vissers, Volkskrant 10 maart 2001

Geef een antwoord